Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis van de bestaande bepalingen op het lager schoolwezen
Auteur: Hinloopen Labberton, Dirk van
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1848
3e verm. dr; 1e dr.: 1840
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 673 E 25
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206351
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: Lager onderwijs, Overijssel, Regels (vorm), Besluiten (vorm), Wetteksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis van de bestaande bepalingen op het lager schoolwezen
Vorige scan Volgende scanScanned page
100 AAINHAPiGSEL.
zij tegenwoordig is ingerigt, in dier voege, dat Hoogsldezeive mij be-
laste met het toezigt over den geregelden gang dezer zaak, onder de
verpligting alleen, om aan U. K. H. wegens die gevallen te rap-
porteren, welke, ora hoedanige oorzaken dan ook, eene meer stellige
beslissing vorderen.
Eindelijk, daar het geheele onderwijs, liet hooger daaronder be-
grepen, aan 's lands schatkist jaarlijks de zoo aanzienlijke somme van
omstreeks /350,000 dadelijk kost, en welligt nog meer staat te
kosten, en mij de meest plausible middelen, om 's lands kasse hier-
van, voor verre het grootste gedeelte, te ontheffen, zijn voor de
aandacht gekomen; middelen, welke in gelijke mate zouden strekken
om den bloei van al de deelen van het onderwijs duurzaam te ves-
tigen, zoo heb ik mij verpligt gerekend, tevens bij deze gelegenheid,
van U. K. II. de vrijheid te vragen, om aan Hoogsldezeive, wegens
geheel dit, in onderscheidene opzigten zoo belangrijk onderwerp een
nader voorstel te doen.
Overtuigd, dat ik bezwaarlijk eenige voordragt kan doen, die, in
de gevolgen, van grootere en duurzamer nuttigheid is, dan die, welke
op het onderwijs heirekking hebben, en tevens ten volle verzekerd,
dat geene voordragten voor hel hart van ü. K. II. welkonier zijn,
dan die, welke strekken, om dit gewigtig volksbelang wel te regelen
en te vestigen, onderwerp ik deswege een concept-besluit, met het
volkomensle vertrouwen, zoowel aan hare wijsheid en doorzigt, als
aan hare vaderlijke bezorgdheid voor de belangen der nederlandsche
jeugd.
C. BESLUIT van 20 Maart 1814, 2, (st.
bl. n". 39), waarbij de wet van 3 April
180G, betrekkelijk het lager schoolwezen
wordt in werking gebragt.
"VViJ AViLLEM, Ei\z.
Jn aanmerking nemende, dat het lager schoolwezen, gedurende den
tijd der fransche overheersching, geenszins met die oplettendheid en
onbekrompene zorg is behandeld geworden, welke hetzelve verdient,
en die ook bevorens hier ie lande aan hetzelve was ten koste gelegd;
En willende een zoo aangelegen onderwerp, J)üe eer hoe liever her-
stellen op den voet, welke alonime als de nuttigste en doelmatigste
erkend en door de ondervinding zelve als zoodanig aangeprezen is;
Gehoord de voordragt van onzen commissaris-generaal van binnen-
landsche zaken;
Hebben besloten en besluiten:
Art. 1. De wet van 3 April 1806 zal, bij voortduring, beschouwd
worden als de grondslag der nederlandsche schoolinrigtingen, cn zul-