Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis van de bestaande bepalingen op het lager schoolwezen
Auteur: Hinloopen Labberton, Dirk van
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1848
3e verm. dr; 1e dr.: 1840
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 673 E 25
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206351
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: Lager onderwijs, Overijssel, Regels (vorm), Besluiten (vorm), Wetteksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis van de bestaande bepalingen op het lager schoolwezen
Vorige scan Volgende scanScanned page
98 AAHHAINGSEL.
werden, maar om, bij voortduring, die te handliaven en nader te be-
vestigen, welke, sedert bare invoering, onafgebroken hebben stand
gehouden, alzoo welligt het eenige voorbeeld opleverende, waarin de
alles omverstootende band der Franschen aan onze inrigtingen regt
heeft doen wedervaren.
Nadat reeds vroeger krachtdadige pogingen, ter verbetering van
het lager schoolwezen dezer landen, met vrucht waren te werk ge-
steld, mcgt ik, ten tijde van mijne betrekking als secretaris van slaat
voor de binnenlandsche zaken, het geluk hebben eene laatste wet be-
trekkelijk hetzelve tot stand te helpen brengen, waardoor de tegen-
kantingen en belemmeringen, welke deze nieuwe inrigtingen tot dien
tijd toe ondervonden, werden opgeheven, en wel met zoodanig gevolg,
dat de algemeene schoolverbetering, sedert, onder alle standen, den
mcesten bijval verwierf.
Deze Mct is vervat in eene publicatie van Hunne Hoog Mögenden,
van den 3 April 1806, en zijn uit dezelve voortgevloeid eene alge- •
meene schoolorde, gearresteerd den 23 Mei daaraanvolgende; voorts i
eene algemeene boekenlijst^ ten diensteder lagere scholen, vastgesteld 1
den 8 Junij 1810; wijders, voor elk departement, huishoudelijke school- •
reglementen, als ook bijzondere schoolorden ten doel hebbende, om i
de algemeene beginselen, zoo veel doenlijk, naar de plaatselijke om-
standigheden te wijzigen ; vervolgens departementale bepalingen, ter -
oprigting van schoolfondsen, meerendeels eerst gearresteerd kort vóór ■
den aanvang van het fransch bestuur, eindelijk, stedelijke school-
reglcmrnten. Al deze bijzondere verordeningen waren onmiddelijke 5
uitvloeisels van de algemeene schoolwet van den 3 April 1806.
Deze algemeene en bijzondere wetten en reglementen waren, met:
cn benevens de inrigtinjren, welke daarbij verordend waren, ten tijde ■
onzer inlijving in Frankrijk, in volkomene werking, met uitzondering ;
alleen van de bepalingen op het stuk der schoolfondsen, althans voor
die departementen, alwaar deze bepalingen eerst later werden vast-
gesteld.
Het verloop, hetwelk, door de invoering van een geheel vreemd I
bestuur, in alle 's lands zaken kwam, moest ook hier stremming en
stilstand veroorzaken, zoodat voor de meestcn der toen hollandsche :
departementen wel de reglementen voor de schoolfondsen aanwezig ;
•waren, maar zonder nog in werking gekomen te zijn; terwijl alver-
der, voor die departementen, welke reeds vroeger van Holland wer-•
den afgescheiden, in het geheel geene zoodanige ontworpen of gear- ■
resteerd werden.
Er was maar één hoofdbelang van het lager schoolwezen, waarin,,
gedurende de fransche overheersching, jn den gang der schoolzaken,,
eene gcwigtige verandering onvermijdelijk was, te weten, de benoe--
ming cn aanstelling van schoolonderwijzers. Dc wetten der univer--
sitcit braglen mede, dat deze, bij uitsluiting, door den grootmeesterr
derzelve universiteit geschiedden. Echter was men gelukkig genoeg,.
om dezen algemeenen maatregel, naar dc hier bestaande verordeningen i