Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis van de bestaande bepalingen op het lager schoolwezen
Auteur: Hinloopen Labberton, Dirk van
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1848
3e verm. dr; 1e dr.: 1840
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 673 E 25
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206351
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: Lager onderwijs, Overijssel, Regels (vorm), Besluiten (vorm), Wetteksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis van de bestaande bepalingen op het lager schoolwezen
Vorige scan Volgende scanScanned page
96 AAHHAINGSEL.
aard opmaken, cn aan den secretaris van staat voor de binnenlandsche
zaken ter sanctie voordragen, eene algemeene boekenlijst ten gebrui-
ke op de scholen, en dezelve steeds geregeld aanvullen met dezul-
ken, die vervolgens mogen worden uitgegeven en op deze lijst verdie-
nen geplaatst te worden.
11. Hij zal de noodige correspondentie houden met de leden uit de
respectieve departementale en het landschaps-bestuur, ingevolge art,
5 der wet, bijzonderlijk belast met het toevoorzigt over het school-
wezen.
12. Ook zal hij de noodige correspondentie houden met de eom-
missien van onderwijs en derzelver leden, speciaal ter bekoming van
alle ophelderingen en informatien, welke hij tot de rigtige waarne-
ming van zijnen post zal behoeven.
13. De maandelijks door de respectieve schoolopzieners, ingevolge
art. 14 hunner instructie, in te zenden beriglen, zullen door dezen
regtstreeks aan hem worden toegezonden, en hij de noodige zorg
dragen, dat dezelve, voor zoo veel hij dienstig en belangrijk oordeelt,
geplaatst worden in de Bijdragen tot den staat en de verbetering van
het schoolwezen.
14. Uit de, na elke gewone vergadering der eommissien van on-
derwijs, ingevolge art. 28 harer instructie, als mede uit de jaar-
lijks, ingevolge art. 29, door dezelve aan het ministerie van binnen-
landsche zaken inkomende, en aan hem te verzenden stukken, zal de-
zelve opzamelen en opmaken alle zoodanige pointen en voorstellen,
waarop eenige dispositie vallen of bijzonder regard moet geslagen
worden, als mede zorgen, dat de voor het publick belangrijke be-
riglen, welke daarin mogen verval zijn. geplaatst worden in de meer-
gemelde Bijdragen; zijnde hij voorts gehouden alle bovengenoemde
stukken uiterlijk binnen vier weken na den dag, waarop dezelve hem
ter hand kwamen, aan het bureau terug te zenden.
15. Hij zal het toezigt houden over de meest nuttige, volledige
en geregelde inrigting en uitgave der meergenoemde Bijdragen.
IG. Hij zal de algemeene jaarlijksche vergadering van afgevaar-
digden uil de eommissien van onderwijs bijwonen, en het verbaal
van derzelver handelingen houden.
17. Ilij zal in alle zijne verriglingen altijd de stiptste onzijdigheid
in acht nemen.
18. Hij zal, bij de aanvaarding van zijnen post, in handen van
den raadpensionaris der Bataafsche Republiek alleggen den navol-
genden eed.
«Ik belove en zwere plcgtig, dat ik den mij opgedragen post van
«commissaris tot de zaken van het lager schoolwezen en onderwijs in
« de Bataafsche Republiek, overeenkomstig mijne instructie, getrouw en
«ijverig zal waarnemen.
« Ik belove cn zwere, dat ik mij exactelijk zal reguleren naar den
« inhoud van het plakkaat bij de stalen-generaai der Vereenigde Ne-
« derlanden. op den 10 December 1715 gearresteerd, tegen het geven
« of nemen van verboden giften, gaven ol geschenken.