Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis van de bestaande bepalingen op het lager schoolwezen
Auteur: Hinloopen Labberton, Dirk van
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1848
3e verm. dr; 1e dr.: 1840
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 673 E 25
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206351
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: Lager onderwijs, Overijssel, Regels (vorm), Besluiten (vorm), Wetteksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis van de bestaande bepalingen op het lager schoolwezen
Vorige scan Volgende scanScanned page
90 RIJKSTRAKTEMEWTEIV.
de tijdelijke waarneming zal door den onderwijzer, onder
toezigt en regeling van het plaatselijk bestuur, worden
uitgereikt aan den persoon, die lijdelijk de school heeft
waargenomen.
Art. 3. In geval aan eene schoolonder\\ ijzersweduwe
een jaar van gratie wordt verleend, zal het gerekend wor-
den te zijn aangevangen niet het vierendeeljaars, volgende
op dat, Avaarin de onderwijzer overleed, en zal de ordon-
nancering geschieden ten name van den tijdelijken waar-
nemer der school, door de weduwe te stellen, onder ge-
houdenheid, om de gelden, onder toezigt van het plaatselijk
bestuur, aan de A\eduwe voluit te overhandigen.
Afschriften van dit besluit, enz.
a). Bij besluit van den minister voor publiek onderwijs, enz. van
28 Februarij 1819, is bepaald: dat voortaan, met uitzondering
alleen der provincie Groningen {hij welker huishoudelijk school-
reglement werd vast gesteld een jaar van gratie voor de onder-
wijzersweduuen, ter voorziening in derzelver omstandigheden),
alle andere middelen, des gevorderd, zullen behooren te worden
beproefd, vóór en aleer de toevlugt te nemen lot dit, voor het
gemeentelijk onderwijs zoo blijkbaar, verderfelijk redmiddcL
b). Bij circulaire van den gouverneur van Zuid-Holland van 3
Mei 1847 (provïnc. blad n°. 39), zijn de volgende maatregelen
lot rigtige uitbetaling der belooning, wegens provisioneele waar-
neming van vacante onderwijzersplaatsen medegedeeld.
Ingevolge het bepaalde bij art. 2 van het kon. besl, van den
5 Mei 1821, n". 58, aan de plaatselijke besturen medegedeeld
hij circulaire van den 14 Junij daaraanvolgende, (Ver-
zameling n°. 92), moet de telooning, wegens de provisioneele
waarneming eener vacante schoolonderwijzersplaats, waaraan een
landstractenient is verbonden, worden geordonnanceerd ten name
van den nieuw benoemden onderwijzer van zoodanige school,
onder gehoudenheid echter, om. ouder toezigt en regeling van
het plaatselijk bestuur, aan den persoon of de personen, die tijde-
lijk de sciiool hebben waargenomen, het hem of hun aankomen-
de bedrag uit te keoren.
Bij de betaaibaarstelljng van zoo even bedoelde tractementen
wordt hiervan door het departement van binnenlandsche zaken
aan gedcputeeide staten kennis gegeven, met verzoek, om door
tusschenkomsl van het plaatselijk bestuur te villen doen zorgen,
dat de betaling op de bovenjjenoemde wijze geschiede.
Volgens eene bij mij ontvangen missive van den minister van
binnenlandsche zaken onlangs gebleken zijnde, dat de mandaten