Boekgegevens
Titel: De Haagsche diligens: zynde bevragt met de liederen die thans gezongen worden
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Amsterdam: B. Koene, 1829 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4273
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206348
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Liederen (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De Haagsche diligens: zynde bevragt met de liederen die thans gezongen worden
Vorige scan Volgende scanScanned page
D I L I G E irSL 37
6.
't Meisje riep, fc'ei uit met malen;
Duw my niet zoo tegen 't vat, t
Laat my eerst myn örood'nand halen.
Drommels ventl wat word i^t nat;
Koor eens wat er juist gebeurden.
Dat de mee;te klucht hier gaf; ^
Door dat ér twee hoepels fcheurJeii,
Sprong de fpon* van 't wynvat af.
7- ^
De knecht liep. rond als een bezeten.
Met de broek nog In zyn band ,
Had zyn li«ve meiii vergeten,
By het blusfcben van haar brand;
De !;»mfche kelder lag te dryven,
D.- meid van buiten en binnen nat.
Schreeuwde, ik wil niet langer bly ven,
'k Wou dnt 'k maar myii broodmand had.
8.
Maar wat moest er nog eebeuren.
Juist kwam de wyiikooper aan.
Klopte aan de kelder - deuren ,
Alsof by die in wou flaan;
De knecht moest eiof!elyk doch oiitfluiten;
Daar za^ by 't fpactakel aan.
Joeg hun alle bey na buiten.
Het vat was byna leeg gegaan.
9'
Mesjes, wil.je wyntje drinkea,
Zuek geen kelders nog eeen vat;
Na ue lucht zoo blyf je Hinken,
En gy word' zoo vr ^e^yk zat,
Eifiddyk moet gy 't lot beklagen.
Dat men u om Bagchus nat{
Spoedig uit je dienst zal jagen,
Deok op 't fptiogen van net vat.
C 3 Een