Boekgegevens
Titel: De Haagsche diligens: zynde bevragt met de liederen die thans gezongen worden
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Amsterdam: B. Koene, 1829 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4273
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206348
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Liederen (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De Haagsche diligens: zynde bevragt met de liederen die thans gezongen worden
Vorige scan Volgende scanScanned page
■HM
•4 DE HAAGS CHE
De boel was op« ^t ftond iny niet a^n,
'k Liet haar gaan.
5.
Toen hwam er een jnet hooge iclioudei«,
Alaar dat was tegen de «il van myn Ouders»
Hoedat zy praten, moest ik liaar verlate»,
Schoon zy wa« oud. en toch fpoedig getrouw4>
Toen kwam er een Vyftiei.di: la« op ^ been,
Die had maar één borst, en een knol op baartetn,
En tanden als een yzcre pot,
fiaar Neus gezwollen, half rot;
Die bromde flaag al» een Fagot}
Jk wiertl zot.
6.
De Zeventiende fcheen e«n Plugie,
Maar zy lag my te veel op haar rugje;
Liet zig fteods fmeeren, van nuerei) en Heerenj
Ging iu het veld; en zy fchoot als een held.
De Achtiende had zoo een proper figuur,
Zy flond my wel aan, maar was niet op denduor.
De Negentiende was heel koel,
Voor haar had ik ook geen gevoel}
WaDt zy flonk als een tiöel;
Uit haar fmoel.
7'
De Twintigfte dat zou wel fchikkén,
IMaar die was zoo bevangen van fchrikkea»
Al zy pasfeerde, waar zy na vtrkeerde,
ZagKy hun aan, met een hals als een Zwaao^
Een en twintig dat zal nog wel gaan;
Die had een gezichtje zoo rond als dc Maan,
UTet Tanden als Yvoor zoo wit,
£n Oogen zwart gelyk een git;
Maar die ging fteeds op haar rit>
Ik dacht fit.
8.
Zou er maar eer van alle komen t
Ach! had ik maer d.- Biilt genomen,
Of d,e Soiiee e, 't zou iny niet verv«l«Of
Zwak van gehoor, of h«t ivpend« Ow*
' Kwam