Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
76 HANDLEIDING tot den NED. STIJL.
gedachten zoo duidelijk, als hem flechts mogelijk
geweest is, hebbe willen uitdrukken ; van daar
is het te vermoeden , dat de gemakkelijkflc zin de
juifl;e is, en men moet alzoo van de eigenlijke be-
leekenis niet eer afgaan, voor dat men toereikende
gronden daartoe heeft. Tot deze gronden behoort
onder anderen de bedoeling van den fchrijver, om
zijne meening te verbergen.
g.) Men moet zich wel wachten, den fchrijver,
eenig gevoelen aan te wrijven.
/}.) Het is te vermoeden, dat de fchrijver zijne
uitdrukkingen in de gewone beteekenis genomen
hebbe, of wanneer hij daarvan afgaat, dat hij toch
zijn eigen fpraakgebruik getrouw blijve,
i.) Donkere en twijfelachtige plaatfen worden
deels uit den logifchen en fpraakkunfl:igen zamen-
hang , deels uit het oogmerk des fchrijvers , deels
uit overeenkomftige (parallele) plaatfen verklaard.
Men moet genegen zijn, allerwege eenen
verftandigen zin te vinden, en zonder onloochen-
bare bewijzen niets voor ijdele woorden, onzin,
tegenfl:rijdig of gevaarlijk verklaren.
/. Ter beoordeeling van het geheel moet men
ook daarop zien, of de fchrijver zich verdienflien
verworven hebben door de fl:of, de zaak zelve,
die hij voorflelde, of door den vorm , hoe hij de-
zelve voorfl:elde, of wegens beide tegelijk; ook
daarop, hoe hij zich gelijk gebleven zij.