Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
NEDEPvLANDSCHEN STIJL. 75
fchrift uit te vinden, en wel dezen zin uit de
woorden en begrippen van het gefprokene en ger
fchrevene zoo te ontwikkelen, als dezelve, immers
wanneer de redenaar of fchrijver zich duidelijk en
overeenkomftig den aard der taal uitgedrukt heeft,
door hem gedacht is geworden.
§ 171. Hij, die zich gewent om alles, wat hij
hoort en Jeest, met naauwkeurigheid uit te leggen,
oefent zijn verftand in het denken, verwerft zich
een oordeelkundig gevoel, en beveiligt zich tegen
dwaling. De hoofdregels der kunst van uit-
legging zijn de volgende:
a.) Wie naauwkeurig wil uitleggen , moet de
taal, in welke hetgene uitgelegd moet worden
gefproken of gefchreven is, ten volle magtig
zijn.
è.) De uitlegger moet het geheele onderwerp ,
waarover gehandeld wordt, kennen.
c.) Hij behoort de hoofdgedachte op te zoeken,
welke bij het geheel ten grondflag ligt en die ver-
handeld moet worden.
d.) Hij moet met de denkwijze des fchryvers en
met alles, wat invloed op dezelve heeft, bekend
zijn.
«.) Hy moet de eigendommelijkheid des fehrijvers
ook uit andere voorbeelden van hem kennen,
met dezelve vergelijken en volgens dezelve be-
oordeelen.
f.) Men kan tot regel aannemen, dat ieder zijne