Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
NEDEPvLANDSCHEN STIJL. 67
c.) Bij woorden en getallen is het overluid door-
lezen zeer aan te prijzen; dewijl het zintuig van
het gehoor het geheugen even zoo zeer onder-
fteunt, als het zintuig van het gezigt, wanneer
men naauwkeurig op de regels en derzelver (tand,
of op enkele merkteekens, welke men met potlood
maakt, zijne aandacht vestigt.
3. Verfland in eenen uitgehreiden zin.
$ 161. Het verftand in uitgehreiden zin is
het vermogen, om begrippen, oordeelen en beflui-
ten te vormen. Tot gebruikmaking van het verfland
geraken wij door opmerken en nadenken.
De opmerkzaamheid is het pogen onzer
ziel, om de voorftellingen duidelijk te bevatten;
zi-i beftaat derhalve daarin: dat men zijne gedachten
uitfluitend, vast en met volharding op een on-
derwerp vestigt. Gebrek aan opmerkzaamheid heet
verftrooijing.
^ 162. Om de opmerkzaamheid te oefenen
betrachte men de volgende regelen.
«.) Men houde het gewigt en de groote
waarde der opmerkzaamheid altijd leven-
dig voor oogen, en houde het voor onmo-
gelijk om, zonder opmerkzaamheid, tot duidelijke,
juiste en zekere begrippen te geraken.
Men vestige zijne gedachten niet te gelij-
ker tijd op te veel voorwerpen; dewijl
deze de opmerkzaamheid verdeden.. ,
E 2