Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
NEDEPvLANDSCHEN STIJL. 65
buiten ons fcherp op te nemen, en aan de ziel er
volkomene beelden van toe te voeren; daardoor
worden wij bekwaam , om in het vervolg deze beel-
den met naauwkeurigheid te vernieuwen en
regelmatig te verbinden.
b.") Men wekke de neiging voor het zinne-
beeldige op, door ook in het levenlooze en
redelooze iets beduidends op te zoeken , waardoor
aan het doode, leven, en aan de ftof, geest
toegekend wordt.
c.) Men make zich gemeenzaam met werken
der verbeelding en dichtkunst, als daar zijn: de
beeldende kunften , gedichten, fabelen en gelijkc-
nisfen.
d.^ De verbeeldingskracht moet evenwel flechts
ten dienfte van het verftand werkzaam zijn, zal
dezelve niet in wilde verbeelding en dweepery
ontaarden.
2. Geheugen.
§ 157,. , Geheugen is het vermogen , om de
voorftellingen, welke wij gehad hebben, te be-
waren. De volkomenheid van het geheugen hangt
grootendeels af van de natuurlijke bewerktuiging
des ligchaams, maar kan ook veel door vroegtijdige
en dqelmatige oefening bevorderd worden.
§ 158. Het geheugen onderfcheidt zich daarin
van het herinneringsvermogen, dat het
eerfte de verkregene voorftellingen behoudt, terwijl
E