Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
6f5 HANDLEIDING tot den
duidend uit te Icrijten, of belagclielijl^e voorbeel-
den tot inftancen te gebruiken; 3) door verkeer-
de gevolgtrekkingen en hatelijke aanvallen, als
men het gevoelen van de partij als voor den (laat
en de zeden gevaarlijk voorftelt; 4.) daardoor, dat
men de fterkte van doorzigt aangrijpt of twijfel-
achtig maakt, door te zeggen, dat de ftelling
niets nieuws behelst, dat dezelve reeds vele hon-
derdmalen beweerd is geworden, dat de partij
altijd hetzelfde herhaalt, zich in eenen cirkel
draait, enz.j 5.) dat men het op het geweten
drukt en ftaande houdt, dat hij, die zoo iets
zeggen kan, van alle regtfchapenheid ontbloot
moet zijn.
§ 141. De fophistifche verdediger eener
zaak draagt flechts bedriegelijke en dubbelzinnige
ftellingen voor, welke zich naar alle wijzen laten
wenden en keeren; hij .verklaart zich nooit behoor-
lijk , maar houdt altijd iets achter; hij ontkent alle
ftellingen, en vordert van alle bewijs.
§ 142. Eene ftelling wordt op eene fophisti-
fche wijze aangetast als volgt: i.) zoekt men de
partij, door ingewikkelde fluitredenen, door zij-
delingfche aanvallen, in verwarring te brengen;
2.) dwingt men de partij altijd om te bewijzen,
door te beweren, dat de aangevoerde gronden gee-
ne gronden zijn ; 3.) in het bijzonder zoekt men
fchielijk te fpreken, vele fluitredenen achter elk-
ander zonder ophouden ;ncf een zegepralend ge-