Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
56
HANDlfEIDING tot den
■men zijne partij niets moet toegeven,
en onderdrukken, verminken of verdraaijen der-
zelver bewijzen. In plaats van haar daarmede te
benadeelen, benadeelen zij veeleer zich zeiven;
want daardoor wordt tot de meening grond gege-
ven, dat men zich te zwak gevoelt, om aan de
tegenbewijzen, in hunne ware kracht, met hoop
op een goed gevolg het hoofd te bieden.
S 127. Wanneer daarentegen de hoorder of
lezer gevoelt, dat men de gronden zijner
p a r t ij alle in derzelver volle kracht opgeeft,
eer men tot de wederlegging overgaat, zoo doet
dit een zeer -gunftig gevoelen ontftaan, hetwelk
den hoorder of lezer overhaalt, om het overwigt
der gronden op onze zijde te willen vinden.
§ 128. Hij, die zich aldus levens als eerlijk en
-fchrander vertoont, zal ons zeer genegen vinden,
om zijne eigene overtuiging als de onze aan te
nemen.
§ 129. -Somtijds is het raadzaam iets van de
tegengeftelde gronden over te flaan. In het bij-
zonder kan dit geval plaats hebben bij dingen,
■•welke met zekere teedere betrekkingen in aanra-
king komen; zoodat men niet meer durft zeggen,
zonder aanftootelijk te worden, of den weg te ba-
nen tot het geven van onbehagelijke of nadeelige
ophelderingen, hetwelk mogelijk juist het boos-
aardig oogmerk van de tegenpartij was.
>5 130, Men moet veeltijds trachten voor de