Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
NEDEPvLANDSCHEN STIJL. 55
§ 123. Ondertusfchen moet men, bij het be-
zigen van deze kunstgreep, niet vergeten dat
ftilzwijgen, als men er geenen grond toe heeft,
belagchelijk wordt, en dat alsdan de onderdruk-
king van den vrijen loop der gedachten eene te-
genovergeflelde uitwerking moet voortbrengen.
6. Braafheid van hem, die bewijst.
S 124. Niets draagt zoo zeer bij om over-
tuiging te weeg te brengen, dan het voorkomen
van opregtheid en onpartijdigheid, ge-
paard met bereidwilligheid om zich te la-
ten overtuigen, wanneer men in dwaling ver-
keert. Wie zijn gevoelen met zulke bescheiden-
heid voordraagt, zijn eigen oordeel mistrouwt,
gcene reden, geen belang fchijnt te hebben, dat
hij ten behoeve der onwaarheid fpreken zoude,
dien zal men gewis zonder vooroordeel aanhoo-
ren.
S 125. Wij toonen deze opregtheid, wanneer
wij fchijn en in twijfel te zgn, en onze
eigene twijfelingen openhartig onderzoeken, wan-
neer wij de tegenwerpingen zoo veel gewigt als
mogelijk toekennen, en in het bijzonder als wij
dat terug nemen, wat wij al te voorbarig hebben
beweerd, in het kort, wanneer wij onze onpar-
tijdigheid in het opzoeken en erkennen der waar-
heid van alle verdenking trachten te zuiveren.
S 126. Velen gelooven verkeerdelijk, dat
D 4