Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
54
HANDLEIDING tot den
§ 119. Dikwijls zijn enkele omftandighe-
den, op zich zeiven befchouwd, onbelangrijk,
ja kunnen zelfs , wanneer men ze alle uitvoerig
ontleedt, een denkbeeld van de armoede der zaak
doen geboren worden; brengt men dezelve integen-
deel onder een algemeen gezigtpunt zamen, en ftelt
ze Hechts eenen oogenblik voor oogen, zoo zullen
zij tot den gunftigen uitflag van het geheel mede-
werken.
Jj 120. In zekere omftandigheden is het raad-
zaam niet alles te zeggen, of ten minfte niet
te fchijnen te zeggen» wat zich over eene zaak
iaat bijbrengen, maar een gedeelte daarvan over
te laten, ten einde den geest en de verbeeldings-
kracht ftof tot werkzaamheid te geven.
§ 121. Het moet zich evenwel ook werkelijk
laten aanzien, dat men nog meer zou kun-
nen Jzeggen. Onze toeftand moet het waar-
fühijnlijk maken , dat wij toereikende gronden heb-
ben , om het bewijs niet verder voort te zetten
dan Wij werkelijk doen.
S 122. Zien wij iemand, van wien wij reeds
eene gunftige meening hebben opgevat, in eenen
toeftand, die hem verpligt om de waar-
heid te verhelen, deze of gene omftandighe-
den te onderdrukken, en gefchiedt dit alles uit ge-
matigdheid, zoo maakt het veel meer indruk dan
iets anders, dat men over de zaak, al ware het
ook nog zoo overtuigend en voldingend, had kun-
nen gessen.