Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
52 HANDLEIDING tot den
door zulk eene wending verrast en op eene zesr
gunftige wijze gewonnen.
4. Wederlegging van onderflellingen
en gevolgtrekkingen.
§ na. Bij willekeurige onderftellingen is de
geheele redenering wederlegd, als de grond der
onderftelling wederlegd is.
§ 113. Noodzakelijk is elke gevolgtrekking
V a 1 s c h, welke , als regel aangenomen, eene
ongerijmdheid zoude bevestigen. Zulke gevolg-
trekkingen worden in hare naaktheid voorgefteld,
wanneer in enkele voorbeelden, die onder den re-
gel begrepen zijn, de onmogelijkheid van den
regel klaarblijkelijk gemaakt wordt.
§ 114. Dergelijke betoogen van de onmoge-
lijkheid eener bepaalde gevolgtrekking uit enkele
voorbeelden heten in ft an een. Uit derzelver
begrip volgt, dat zij niet regtftrecks tegen de
ftelling zelve, maar tegen de wijze van befluiten
gerigt zyn.
§115. De valschheid van eenen regel laat zich
derhalve op het kortfte aantoonon door eene
inftance, dat is, een geval, hetwelk mede on-
der den regel behooren moest, en toch niet onder
denzelven begrepen is.
5. Bijzaken dienende ter bevordering
der wederlegging.
§ 116. Daadzaken en omftandigheden,