Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
6f5 HANDLEIDING tot den
ke tegen onze ftelling aangevoerd worden, zoo
hebben wij wel de partij tot zwijgen gebragt,
maar nog niet overtuigd. Overtuigd kan hij
dan eerst worden , wanneer de voorgedragene
ftelling zoo bewezen wordt, dat de partij de
waarheid en bondigheid van het bewijs moet er-
kennen.
§ 107. Men wederlegt zyne partij op driederlei
wijze: men toont, a.) dat derzelver bewijs of in
den vorm valsch is, als men gebreken in de
fluitredenen aanwijst; è.') of in de f t o f onnaauw-
keurig, wanneer men de valschheid der gronden
aantoont; c.) of men trekt uit derzelver ftelling
gevolgen, welke tegen erkende waarheden aan-
druifchen.
§ 108. Nog volkomener is de wederleg-
ging, als men, behalve de valschheid der aange-
voerde bewijzen, nog doet blijken, hoe de partij
in deze dwaling vervallen is, door aan te wijzen,
welke uiterlijke omftandigheden de partij verhin-
derden de zaak juist te beoordeelen, of welke
valfche grondftellingen deze tot de ftelling verleid
hebben.
3. Orde in de wederlegging te houden.
§ 109. Om eene zaak op eene overtuigende
wijze voor te ftellen, is het dikwyls raadzaam
alle vooroordeelen, twijfelingen cn tegenwerpin-
gen , welke men tegen dezelve zou kunnen aan-