Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
NEDEPvLANDSCHEN STIJL. 47
§94. Iemand beft rijdt eene ftelling, wan-
neer hij gronden tegen dezelve zoekt op te geven;
hij wederlegt dezelve, wanneer hij de valsch-
heid der ftelling werkelijk aantoont. Hij, die zich
moeite geeft om' de gronden tegen eene ftelling
krachteloos te maken, verdedigt de ftelling.
§ 95. Men onderfcheidt gefchil voeren eli
redetwisten (disputeren). Beide verrigtingen
komen daarin overeen, dat zij door wederkeerrge te-
genftelling der oordeelen eenparigheid zoeken voort
te brengen; maar zij zijn daarin onderfcheiden , dat
men bij het redetwisten deze eenparigheid naar
bepaalde, dat is, objective begrippen als bewijs-
gronden heeft te bewerken, terwijl daarentegen
bij het gefchil voeren zulke bepaalde begrip-
pen geene plaats vinden.
I. Algemeene regelen yoor het wederleggen"
en overtuigen,
§ 9(5. Bij ieder twistgeding moeten de volgen-
de algemeene regelen worden in acht ge-
nomen : ,
1.) Van beide zijden moet een goede wil,
om elkander te begrijpen, beftaan.
2.) Men trachte zich naauwkeurig in het
fpraakge bruik en de voorftellirigswijze
zijner tegenpartij te verplaatfen.
3.) Men make deze voorloopig op lógifche"