Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
NEDEPvLANDSCHEN STIJL. 43
rede, de andere bewijzen a posteriori- of
door de onder vinding genoemd.
§ -85. Onder de bewijzen der ondervinding ver-
dienen deze eene bijzondere opmerking, welke
van het bijzondere tot het algemeene befluiten.
In dit geval befluit men of van vele dingen eener
foort tot alle dingen derzelve, hetwelk men
bewijs door optelling (inductie) noemt, b. v.
de zoogdieren, visfchen, vogelen, enz. hebben
eene willekeurige beweging: derhalve zullen alle
dieren eene willekeurige beweging hebben; of men
befluit van de bijzondere overecnftemming
ceniger dingen tot derzelver geheele overeen-
komst, hetwelk men bewijs door overeen-
ft e m m i n g (analogie) noemt.
S 86. Gefchiedkundige bewijzen berus-
ten op de getuigenis of uitfpraak van anderen.
Hunne waarde hangt van de meerdere of mindere
geloofwaardigheid der getuigen af. Met de be-
wijzen moet men de voorbeelden ter opheldering
niet verwarren.
§ 87. Voor alle dingen moet men onderzoe-
ken , of de ftelling, die men bewijzen zal, op
algemeen ware (objective) gronden beruste, en
aldus voor een bewijs vätbaar zij.
4. Regelen voor de bewijzen.
§ 88. Voor de bewijzen heeft men de volgen-'
de regelen: