Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
558 handleiding tot den
naam te verrigtcn. De lasthebber is verpligt zij-
nen last ftiptelijk te volgen; is verantwoordelijk
wegens het niet uitvoeren van denzelven, alsme-
de voor dengenen, dien hij in zijne plaats ftelt
(fubftitueert). Daarentegen is ook hetgene de
gevolmagtigde (raandatarius), ingevolge den ge-
geven' last doet, aan te merken, alsof de last-
gever (mandant) zulks zelf gedaan hadde, en deze
moet daarmede genoegen remen.
§ I02I. De volmagt moet, beha've de verrig-
tingen, welke opgedragen en kosteloos, ten zij
er anders bepaald ware, verrigt worden, ook
derzelver grenzen naauwkeurig bepalen; zij is
algemeen (generaal) voor alle zaken, of bijzon-
der (fpeciaal) voor eene of meer zaken van den
lastgever, en eindigt door hare herroeping of in-
trekking, door opzegging van de zijde des last-
gevers of des lasthebbers, door natu'irlijken of
burgerlijken dood, interdictie of infolventie van
een van beiden.
Voorbeelden.
Algemeene lastgeving (generale procuratie).
De ondergeteekende Pieter Willebroek, boter-
kooper te Delftshaven, district Rotterdam, land-
fchap Holland, zuiderkwartier, verklaart te vol-
magrigen den heer Frans van Larm, leerlooijer
wonende te Rotterdam, en denzelven te ftellen
ttü