Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
SSM


nederlandschen stijl. 539 '
heb. Wanneer wij elkander weder ontmoeten,
zoo zult gij aan mijne verbetering zien, dat ik
u niet bedrieg.
Daar gij thans in H. zijt, en zeer zeker gelegen-
heid zult hebben, om alles, wat er in de muzijk
nieuws uitkomt uit de eerfie hand te hebben, zoo
verzoek ik u mij datgene toe te zenden, wat uw
gezuiverde fmaak voor mij nuttig en aangenaam
oordeelt.
Schrijf mij dikwijls, ten einde het verdriet over
uw afzijn te verzachten, en geloof dat ik met de
teederfte broederliefde ben
Uw KAREL.
Antwoorden.
S 994. De inhoud van eiken brief, dien men
ontvangt, geeft van zelven aan de hand, of
hy een antwoord behoeft of niet. De antwoor-
den moeten den inhoud des briefs punt voor punt
oplosfen, en geene vraag, verzoek of opdragt
mag met ftilzwijgen voorbij gegaan worden. Men
moet zich echter wachten van iets te beantwoor-
den, waartoe men niet in ftaat gefteld of gereg-
tigd is.
§ 995. In het beantwoorden van gemeenzame
brieven moet men de vriendfchappelijke gezind-
heden , in dezelve uitgedrukt, trachten te beant-J
woorden. Men zorge echter, om den ftand,
ouderdom, enz. van den fchrijver, bij het be-