Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
538 handleiding tot den
Brieven van gemengden inhoud.
§ 993. Men verftaat hieronder zulke brieven,
waarin onderwerpen van verfchillenden aard voor-
komen. Zij moeten zoo beknopt mogelijk voor-
gedragen worden, en zijn fchoon te noemen,
wanneer de onderfcheidene onderwerpen zoo na-
tuurlijk en ongedwongen vereenigd zijn, dat zij
een behagelijk geheel uitmaken.
Voorbeeld.
Aan eenen afwezigen broeder.
Acht dagen zijt gij nu afwezig, lieve broeder,
acht treurige dagen, in welke ik u zeer dikwijls
gemist heb; veel meer dan gij gelooft. Ik kan
het u niet genoeg zeggen, hoezeer mij uwe ver-
wijdering ter harte gaat. In mijn gansche leven
was ik zoo neerflagtig niet, als ik tegenwoordig
ben. Onze goede ouders geven zich alle moeite om
mij te vervrolijken, maar te vergeefs. Dat gij ook
bij eenen koopman in H. moest op het kantoor
gaan, daar er hier toch zoo velen zijn. Dikwijls
komt de gedachte in mij op, dat uwe verwijdering
eene ftraf voor mij is. Ik heb u door mijne haas-
tigheid en door mijne eigenzinnigheid zoo veel
verdriet veroorzaakt. Thans daar ik mijnen misflag
erken, heb ik niet eens de gelegenheid, om den-
zelven weder goed te maken.
Dan vergeef den berouwhebbenden. Gij zult
het doen; daar ik u nooit met opzet beleedigd