Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
536 handleiding tot den
alle brieven volftrekt vermeden worden, opdat
men, de misflagen van anderen willende berispen,
niet zelf zich aan eenen misflag fehuldig make.
§ 992. Zonder dringende noodzakelijkheid
fchrijve men echter deze fnort van brieven niet,
vooral niet aan perfonen, die in onze nabijheid
wonen; maar zegge dezen liever mondeling, wat
men te zeggen heeft. De ervaring leert, dat zulk
eene briefwisfeling tusfchen beieedigde perfonen,
ook bij alle hehoedzaaraheid in de uitdrukkin-
gen, meestal meer verbittert dan te regt brengt,
en de twistzaken dikwijls meer verergert dan ver-
betert.
Voorbeelden.
Een meester klaagt orer sgnen leerling by diens Tader.
Mijn Heer!
Het doet mij leed, U een onaangenaam berigt
te moeten doen. Uw zoon gedraagt zich niet
meer zoo goed als in 't begin. Hij arbeidt min-
der vlijtig, leert minder, is niet meer zoo ver-
trouwelijk jegens mij en mijne vrouw, en is on-
ordelijk in zijne zaken. Eenige malen kwam hij
zelfs laat en half dronken te huis, en ik heb re-
den om te gelooven, dat hij zich aan nog groote-
re buitenfporigheden heeft fehuldig gemaakt. Het
zoude zeer te bejammeren zijn, dat hij, bij zoo
veel aanleg en een goed hart, verleid zoude wor-
den. Ondanks mijne waarschuwingen, heeft hij