Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
nederlandschen stijl. 555 '
aanvertrouwen. Vaarwel! denk in uw hart, en
in den kring onzer vrienden dikwijls aan uwe
altijd getrouwe vriendin
M.
Klagten, vermanihgen, beris-
pingen, verw ij tingen.
§ 991. Brieven van deze foort hebben op meer
of min groote misflagen betrekking, en ver-
onderftellen, dat men of door perfoonlijke be-
trekkingen, of door omftandigheden daartoe ge-
regtigd zij. Wie zonder opzet misdaan heeft,
moet anders behandeld worden dan de ligtzin-
nige, en deze wederom anders dan de booswicht.
Op den eenen werkt een koele ernst, op den an-
deren een bitterder toon. De een moet door gron-
den gewonnen, de andere door voorftellingen ge-
troffen , een derde hevig gefchokt worden. Wie
reeds voor zijne dwaasheden boet, dien behooren
meer nuttige leeringen en wenken dan eigenlijke
verwijtingen gegeven te worden. Dikwijls verei-
fchen zulke brieven eenen verfchoonenden, met
behoedzaamheid gekozenen toon, in welken het
bekommerde, van toorn en haat even ver verwij-
derde hart fpreekt. Eene onwellevende taal be-
taamt eenen braven man zelfs in drift niet. Zij
bereikt ook nooit haar oogmerk; want zij verbit-]
tert, in plaats van te overtuigen en te verbeteren.
Ruwe en lage fcheldwoorden, en», moeten in
L 1 4