Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
534 HANDLEIDING tot den
Men zij in zullce brieven opregt en late het hart
fpreken. Bloote verontfchuldigingen, verdichte
regtvaardigingen, enz. zijn veel erger dan eene
openhartige bekentenis van het aangedane onge-
lijk en verzoek om vergeving.
Voorbeeld.
Verontachuldigiag wegens «iet genomen afscheid.
Waarde vriendin l
Als gij deze regelen lezen zult, ben ik reeds
ver van u. Ik kon niet mondeling affcheid van
u nemen; de fmart der fcheiding zoude voor mij
te groot geweest zijn, en de uwe had dezelve
nog vermeerderd. Hierom nam ik het befluit, den
dag van mijn vertrek voor u te verbergen. Mijn
iiart verzette zich tegen dit voornemen, maar de
lede eischte het. Mijne tranen vloeijen; terwijl ik
fchriftelijk van u fcheide, u in mijne armen fluit
en u het laatfte vaarwel toeroepe. Mijn hart dreigt
te breken, wanneer ik denk, dat gij om mij
reeds mistroostig geworden zijt en, als gij dit
leest, in diepe treurigheid verzinken zult. Maar,
mijne lieve vriendin, zie over den tijd onzer
fcheiding heen, n^ar het vrolijke uur des vveder-
ziens. In dien tijd zullen wij briefwisfeling hou-
den; ik beloof u ten minfte alle maanden tij-
ding, en gij zult mij beloonen zoo als ik het
verdien. Mijne ontmoetingen, gedachten en wen-
fchen zal ik u mededeelen; gij zult mij de uwe