Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
NEDERLANDSCHEN STIJL. 533 '
jongman zich tc laten aanbevelen, die zelf zich
door de bewijzen zijner bekwaamheid en bruik-
baarheid het best zal doen kennen. Hij fchrijft
fchoon en naauwkeurig, kent de latijnfche en
franfche taal, heeft tot heden onderwijs in die
talen gegeven en van de vruchten dier vlijt nog
eene oude moeder onderfteund. Ik ken hem fe-
dert verfcheidene jaren en kan verzekeren, dat
hij zich altijd voorbeeldig en zedig gedragen heeft,
en deswegens van ieder geacht en bemind wordt-
Hij zal zeker zich door vlijt en ftiptheid de vol-
komene goedkeuring van U. H. E. G. verwer-
ven. De jongeling zal bij U, H. E. G. de beste
gelegenheid vinden, om"'zich onder de leiding van
U. H. E. G. tot de burgerlijke werkzaamheden
bekwaam te maken. Door deszelfs aanneming zal
U. H. E. G. den grond tot zijn geluk leggen,
zijne moeder eene groote gerustheid verfchaffen
en de uitftekende hoogachting vermeerderen, met
welke ik de eer heb te zijn
Hoog Edel Geftrenge Heer'.
U, H, E. G. gehoorzame diena*
H.
Brieven van verontschuldiging.
§ 990. Verontfchuldiging en regtvaardiging
komen te -pas, wanneer men zich aan werkelijke
misflagen fehuldig gemaakt heeft, of in verden-
king geraakt is van dezelve begaan te hebben.
L 1 3