Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
•mw.
532 HANDLEIDING TOT DEW
dien men aanbeveelt, geven JgewoonUjic aanlei-
g)ding, dat wij iemands belang behartigen. Men
kan flechts zulk eenen aanbevelen, dien men
naauwkeurig Ikent, en [.van wien men overtuigd
is, dat hij onze aanbeveling eer zal aandoen. Eene
ware fchildering der betrekkingen is een hoofd-
vereischte bij aanbevelingen. Is het mogeliik ,
dat hij, aan wien men iemand aanbeveelt, zich
van de waarheid overtuigen kan, zoo moet men
daarheen verwijzen.
§ 988. Daar het goed gevolg der aanbeveling
meerendeels van het aanzien des aanbevelers af-
hangt ; zoo is het niet alleen belagchelijk, maar
ook ten hoogfl:e onbefcheiden, wanneer geringe
perfonen brieven van aanbeveling aan voornamc-
ren fchrijven. Alleen zeer bijzondere en zeldza-
me gevallen kunnen hier eene uitzondering maken.
§ 989. De aanleiding en dc verplignng om
iemand aan te bevelen, het onderwerp van het
verzoek en de gronden, waarvan men verwacht
dat de aanbeveling goed opgenomen worde, ma-
ken den inhoud van zulke fchriften uit.
Voorbeeld.
Aanbeveling voor eenen jongman tot scliryver.
Hoog-Edel Gefl:renge Heer!
Vernomen hebbende dat U. H. E. G. een
goed fchrijver voor U. H. E. G. ambtswerk-
zaamheden verlangt, verzoek ik tot dit werk eenen
i