Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
NEDERLANDSCHEN STIJL. 527 '
gevoel van dankbaarlieid niet uitdriüdten, dat
nimmer in mijn liart zal verfterven. Ik beveel
mij bij voortdiiring in UWÜ. toegenegeniieid, en
verzoek UWE. de verzekering der onbegrensde
hoogachting aan te nemen, waarmede ik de eer
heb te zijn
Wel Edele Heer!
UWE. dicnstv. dienaar.
D.
G e l u k w e n s c h i n g e n.
§ 984. Deze brieven worden bi.i gelegenheid
van huwelijk, (landsverhefFing, verjaardagen en
bij andere gelukkige cn aangename gebeurtenisren
gefchreven. In dezelve moeten de gevoelens van
het hart in eene natuurlijke en ongekunftelde taal
uitgedrukt worden. Somtijds worden zulke brie-
ven alleen beleefdheidshalve gefchreven, waarom
men dezelve ook wel gelegenheids-brie-
ven noemt.
§ 985. Men kan in dezen fomtijds op eene be-
scheidene wijze te .kennen geven, dat hij, wien
men geluk wenscht, het geluk niet aan toeval,
maar aan ijver, bekwaamheid, enz. te danken
heeft. Men moet voorts het geluk niet te zeer
verheffen of verlagen; wijl het eerfle tot verne-
dering van den perfoon zeiven, en her laatfte tot
geringfchatting van het geluk ftrekken kan. —•
Men moet almede niet wenfchen, dat het geluk