Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
nederlandschen stijl. sö9
ölitvangen van weldaden, dienden en pligtplegin-
gen, die men niet geregtigd was te vorderen.
Dankbaarheid is den onbaatzuchtigflon mensch
aangenaam, en bewijst ten minfte voor het eerfte
oogenblik, dat de weldaden aan geenen onwaar-
digcn verkwist zijn. De uitdrukking in deze brie-
ven moet natuurlijk zijn, en even ver van koel-
heid als van overdrevene dankbetuigingen verwijderd
blijven. Het eerfte verraadt ongevoeligheid, het
laatfte beleedigt menftrhen van eene edele denk-
wijze. De dankbetuiging moet met de zaak, waar-
voor men bedankt, in zekere verhouding ftaan.
§ 981. Met beloften van wederdienst,
vergelding, enz. zi.) men behoedzaam. Men
zoude daardoor tot het ve-moeden aanleiding kun-
nen geven, als twijfelde men aan de belangeloos-
heid des gevers, of dat men vreesde verpligting
aan hem te hebben; ook is men dikwijls onver-
mogend, om zulke beloften te vervuilen. Daar-
entegen moet men het nut, gewigt en de voordee-
len doen uitkomen, die men door de weldaden er-
langd heeft; en wanneer men zich in een waar
gevoel van dankbaarheid heeft uitgedrukt, zoo
voege men er de verzekering bij, dat men zich de
bewezene goedheid cn toegenegenheid waardig zal
toonen.
§ 982. Men geve overigens acht op de denk-
wijze, het karakter, dc eerzucht en den ftand
van den ontvanger des briefs, ten einde zich naar
het een en ander zoo veel doenlijk te fchikken.