Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
mm
NEDEPvLANDSCHEN S.TIJL. 521
heid, om het gevraagde te erlangen, aanroeren;
ten einde daardoor den hoogen graad van ver-
pligting aan te tocnen. Heeft men reeds diensten
en weldaden van hem, aan wien het verzoek ge-
rigt is, ontvangen, zoo moet men dezelve niet
voorbijgaan, maar nu zijn vertrouwen en zijne
hoop daarop gronden. Daar deze {brieven den
gewonen briefvorm moeten hebben, zoo is het
ongepast, dezelve aan te vangen met het gewone
begin der verzoekfcliriften: geeft met eerbied te
kennen (eene wending, om zich zelven niet 't
eerst te noemen); evenmin eindigt men met 't
flot: hetwelk doende, enz. (door welk enz. men
verftaat: zult gij wel doen') (♦).
S 977- Verzoeken om betaling of zoogenaam-
de maanbrieven, moeten met zeer veel om-
zigtigheid en zoo beleefd mogelijk gefchreven
worden. Van de omftandigheden en denkwijze
der perfonen zal de toon afhangen, dien men bij
de eerfte aanmaning te houden hebbe. Somtijds
zal het genoeg zijn alleen te vragen, of men de
geleverde waren, enz. naar genoegen ontvangen
heeft. Somtijds echter zal men zijne verlegen-
heid onbewimpeld kunnen ontdekken , en flechts
in geval men zijn doel op deze wijze nog niet be-
(*) Veel van hclgene le voren omtrent de verzoeh-
schriften gezegd is, kan ook op de verzoeUrieven toe-
gepast worden; zoo als het zediglijk spreken van zich
zelven , enz.
K k 5