Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
NEDErLANDSCHEN STIJL. 515 '
fchrappingen, alsmede liet gebruik van zan d;
men wachte zich voor na fchriften, dewijl
zij meestal onachtzaamheid, overhaasting en ver-
ftrooijing van gedachten te kennen geven. Ook
neme men de gewoonte van vele lieden nic-
aan, om hunne brieven altijd te fluiten met de
woorden : „ in haast, " „ in grooten" of „ zeer
grooten" „ den grootften haast." Heeft men
werkelijk vele bezigheden, zoo zegge men dit,
met bijvoeging van de aanleiding daartoe, op eene
beknopte en bcfcheidene wijze , in den brief zel-
ven. Gewoonlijk echter is het flechts eene el-
lendige uitvlugt voor flordigheid in het fchrijven,
fomtijds ook om zich een zeker aanzien van ge-
wigt te geven.
§ 967. Aan perfonen, vvien men hoogachting
én eerbied fchuldig is, is het ongefchikt zijne
brieven door anderen te laten fchrijven en de-
zelve flechts le onderteekenen.
§ 968. De opfchriften der brieven moeten goed
en volkomen leesbaar gefteld worden; de naam
des ontvangers wordt gewoonlijk met grooter, en
de naam der plaats met nog iets grooter letter ge-
fchreven. Voorts moet men, fchrijvende aan per-
fonen, in groote fteden wonende, niet vergeten de
ftraat en het nummer van het huis op te geven.
§ 9Ö9. Men onthoude zich van alle künftig
z a m e n V 0 u we n der brieven. Brieven, die op de
drie zijden befchreven zijn, voorziet men met een'
K k a