Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
514 HANDLEIDING tot den
hem, aan wien men den brief fchrijft, en noeme-
zich van vorften, den gehoorzamen en onderdani-
gen dienaar; van ftaatsperfonen , den gehoorza-
men dienaar; van anderen, den dienstwilligen oï
dienstvaardigen dienaar ; terwijl men in den loop
van den brief de titels bij verkorting herhaalt.
Zie de voorbeelden zoo van vcrzoekfchriftcn, brie-
ven, als anderzins gegeven.
§ 963. Behalve de titels is ten opzigte van dc
verdere inrigting der brieven een cn ancier
aan te merken, wat ook meestal op andere be-
rocpfchriften toegepast kan worden.
§ 964. Het gebruik van zul V e r, wit en af-
ge fn e d e n postpapier, en goeden zwarten
inkt, die niet bleek of rood wordt, zijn de
eerde vereischten tot een fchoon uiterlijk der
brieven. Bij andere ftukken dan brieven, neemt
men geen postpapier.
§ 965. Een duidelijk fchrift is verder eene
noodzakelijke cigenfchap der brieven. Etnen brief
zoo te fchrijven, dat de lezer met moeite den in-
houd verltaan kan, is veel erger dan onduidelijk
te fpreken; want iemand, dien men niet verftaat,
kan men dadelijk vragen, maar eenen brieffchrij«
ver niet. Vooral is eene duidelijke naamteekening
van zeer veel belang; fchoon velen in het begrip
fchijnen te verkeeren, dat men dezelve niet te
onduidelijk en onleesbaar maken kan.
§966. Menvermiide vlekken, uit-en door-