Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
^to handleiding tot ren
vendheidsbrleven hoofdzakelijk voor eene over-
drevene deelneming, voor gekunftelde gevoelens,
voor uitweidingen en ver gezochte verzekeringen.
§ 952. Den gemeenzame n brief fchrij-
ven wij aan vrienden, bloedverwanten, ouders,
echtgenooten, beminden, broeders, zusters, wel-
doeners: hij omvat de teederfle betrekkingen des
levens, en moet in eene zuivere en natuurlijke
taal van het hart npgefteld zijn.
S 953. De onderrigtende brieven ftrek-
ken zich tot wetenfchappelyke onderwerpen uit,
en bevatten de letterkundige, wijsgeerige en ftaat-
kundige brieven,- terv.'ijl de beroepsbrieven,
waartoe de koopmansbrieven voorname-
lijk behooren, over alle beroepszaken, tot nerin-
gen en handteringen betrekkelijk, handelen.
2. Titels en andere uitwendige eigenfchappen
der brieven.
§ 954. Alvorens de onderfcheidene foorten van
brieven eenigzins in het bijzonder te befchouwen,
zal het niet ongepast zijn, omtrent de titels cn
het overige uiterlijke der brieven iets aan te mer-
ken, dat ook op zeer veel andere foorten van ge-
fchriften toepasfelijk is.
S 955. Bij de titels heeft men voornamelijk op
vier zaken acht te geven, namelijk: de aanfpraak
of het hoofd, boven het begin van den brief
ftaande; de benaming, iu den zamenhang;