Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
1
nederlandschen stijl. 507
niet tnet het alicdaagfche, bij hetwelk een ver-
keerd gezegde dikwijls der aandacht ontglipt en
geen fpoor meer achterlaat.
§ 941. Men moet m brieven trachren de grond-
trekken van achting, vriendschap, en lief-
de op eene gemakkelijke, fchoone en aangename
wijze , die het wezen van eenen fchoonen brief
uitmaakt, uit te drukken, en even zeer van al
te groote deftigheid en fieraden, als van onnaauw-
keurigheid en flordigheid zich onthouden Be-
halve dc kennis der regels van taal en ftijl , be-
hoort toi eenen goeden briefftijl oefening en ken-
nis van het menfchelijke hart; ui het bijzonder
dient men acht te geven op den persoon, aan wien,
en het onderwerp, waarover men schrijft,
§ 942. Wanneer men aan eenen onbekenden
fchrijft, zoo moet men bij den aanvang des briefs,
al die ongunftige indrukken en vooroordeelen ver-
ftrooijen, die dikwijls bij de eerfte befchouwing
van eenen onbekenden bij ons ontftaan. Men ver-
ontfchuldigt de vrijheid, welke men neemt, om
onbekend te schrijven; men verwacht zijne ver-
ontfchuldiging van de edele denkwijze, van de
gezindheid om ieder te verpligten; men voert
aan, dat men van niemand eenen beteren raad,
een grondiger onderrigt over de zaak hopen kon.
Ook de kennis aan bloedverwanten, of vrienden
van hem, aan wien men fchrijft; een zelfde vader-
land ; gelijkheid van beroep, werk^iaamheden,
i