Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
5o6 handleiding tot den
A. De briefstijl.
1, Stof cn andere inwendige eigenfchappen
der brieven.
§ 938. Brieven zijn fchfiftelijke woordwis-
felingen met afvvezendcn, dus plaatsbekleeders
van mondelijke gefprckken; derhalve moet in
brieven de taal en ftijl heerfchen, die bij het mon-
deling onderhoud met den perfoon, die ons ge-
fchrijf lezen moet, in acht zoude zijn te nemen
geweest. Het eigenaardige en kenmerkende in
eenen, brief beftaat derhalve daarin, dat wij ons
in eene perfoonlijke betrekking verbeelden te zijn,
en ons daarmede overeenkomftig uitdrukken.
S 939' Natuurlijkheid moet derhalve het
hoofdkarakter des briefs zijn, in zoo ver
de taal der welvoegelijkheid en der maatfchappe-
lijke betrekkingen zulks toelaat.
§ 940. Daar echter elk fchriftelijk op-
ft e 1 meer moeite en voorbereiding veronderftelt
dan de mondelijke zamenfpraak, en een brief met
grooter opmerkzaamheid behandeld, en met meer
geftrengheid beoordeeld wordt dan het mondeling
onderhoud; zoo is ook menig woord, en menige
uitdrukking daarin niet geoorloofd, welke men
aan het onvoorbereide gewone gefprek vergeeft.
De briefftijl verlangt iets meer zorg in de keus en
omkleeding der gedachten; hij ftrookt derhalve