Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
504 handleiding tot den
^ Heintje Jongvrouw met een pakje onder haar voor.
schoot haastig had zien weggaan, en een oogen-
blik daarna zonder pakje weder te rug keeren,
voor dat de comparant den tijd had, om zich
flechts een weinig aan te kleeden, ten einde haar
te volgen.
Dat gemelde dienstmaagd op des comparants
vraag, waarom zij uitgegaan was, een nietsbedui-
dend antwoord gaf, en op de vraag, welk pakje zij
uit het huis gedragen had en waarheen, zij ftellig
ontkende eenig pakje gehad te hebben.
Dat de comparant door dit hardnekkig ontken-
nen vermoeden gekregen hebbende, na gedaan on-
derzoek, gemist heeft een klein gekleurd vloerta-
pijt, hetwelk in eene weinig bewoonde kamer op
eenen ftoel gelegen had.
Dat gemelde dienstmaagd, op de vragen haar
omtrent dit gezegde tapijt gedaan, fchiinbaar on-
verfchillig geantwoord heeft, dat zij daarvan
niets wist.
Dat de comparant echter, toevallig gisteren
avond nog in dezelfde kamer geweest is, en al-
daar het bewuste vloerkleed nog gezien heeft,
alzoo uit een en ander moet besluiten, dat zijne
voormelde dienstmaagd gezegd vloerkleed heden
morgen uit het huis gedragen, en den comparant
alzoo ontvreemd heeft.
Dat de comparant, hierdoor in zijne sedert eeni-
gen tijd opgevatte vermoedens van de oneerlijkheid