Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
nederlandschen stijl. 501 '
nocmd en naauwkeurig befclireven, ook de hoofd-
zaak, waarover het siuk handelt, zeer kort voor-
gefteld, of men laat de aanleiding tot dezelve,
indien deze beflaat, onmiddellijk voorafgaan.
5 930. Met betrekking tot den inhoud
moet voornamelijk het volgende in acht genomen
worden: behalve de naauwkeurige befchrijving
der perfonen, moet ook daarop acht gegeven
worden, of zij in eigene of in vreemde aangele-
genheden verfchijnen. Desgelijks moeten ook de
daadzaken en omftandigheden niet alleen eenvou-
dig en naar waarheid verhaald, maar ook naauw-
keurig bepaald en befchreven worden. Men moet
derhalve, wanneer er ophelderingen noodig zijn,
zich dezelve laten opgeven.
§ 931. Bij korte verhalen kan men ook de
zaak in een kort begrip (fummarisch) bevatten
en alzoo nederfchrijven. Ook in moeijelijke en
ingewikkelde gevallen is dergelijk beknopt verhaal
zeer raadzaam. Men kan alsdan de hoofdpun-
ten opmerken, en daardoor in ftaat gefteld wor-
den, om de voordragt des te ordelijker en duide-
lijker neer te fchrijven.
§ 932. Om in een procesverbaal de daadzaak
naauwkeurig en getrouw voor te ftellen, is het
niet alleen pligt, geen woord te gebruiken, dat
den zin van het opgegevene misvormen kan, maar
het is ook dikwijls noodzakelijk, de eigene uit-
drukkingen der verhalers te behouden. Zulke
I i 3