Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
500 HANDLEIDING tot den
bcraadilagingen eener vergaiiering te doen ken-
nen, enz- Naar de verfcheidenheid na van deze
verrigtingen of van hec onderwerp dier Hukken
verfchillen zij van elkander, en verkrijgen diens-
volgens onderfcheidene benamingen , als: proces-
verbaal van bezegeling, van bevrediging, enz.
voor de vredegeregien; van inventaris, enz. door
de notarisfen (*). De volgende algemeene aan-
merkingen omtrent deze stukken zullen voldoende
zijn, om een algemeen denkbeeld tc verkriisien van
den aard cn de inrigting dezer ftukken, welke in
het geregtelijke niet alleen, maar ook in vele an-
dere werkkringen, zoo menigvuldig voorkomen.
§ 929. Ten aanzien van den vorm dezer (luk-
ken is op te merken, dat ziï, zoo als de meeste
openbare beroepstukken, geschreven worden op
vellen papier, die in de lengte in vieren gevou-
wen zijn, van welke vouwen de eerste ter linker-
hand wit blijft. Nu begint men met op te geven
den tijd der plaats hebbende verrigting, namelijk,
jaar cn dag, fomtijds ook het uur; daarna be-
fchrijve men de plaats. V^ervolgens worden de
perfonen, wien het ftuk aangaat, terftond ge-
Den geheelea omvang der procesverbalen en andere
opgenoemde sfukk en hier te behandelen, zoude even noode-
loos als ondoenlijk zijn. Men vindt toch voor hen, die hier-
mede te doen hebben, in de Formulierboeien voor de on"
der^cheidene regtsplegingen en het notarisambt ^ aUes wat
mea tea aanzien der gemelde stukken verlangen kan.