Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
sa . HANDLEIDING tot den
ftaat b. V. een cirkel, wanneer men optellen
aldus verklaart: hel is de f om te vinden van eeni-
ge getallen, en de [om is het getal, dat men door
optelling vindt.
e.) De bepaling moet noch te naauw beperkt,
noch te uitgebreid zijn. Zoo is de bepaling te
zeer beperkt: een driehoek is eene platte vlakte-
ruimte, welke door drie regte lijnen bepaald is ; de-
wijl er ook kromlijnige (bolvormige) driehoeken zijn.
De bepaling: een vier kant is eene, door vier ge-
lijke regte lijnen bepaalde, platte vlakte ruimte, is te
uitgeftrekt; dewijl zij ook op de ruit (rhombus)
toepasfelijk is. Eene bepaling kan, te zelfden
tijde, in zeker opzigt te naauw beperkt en in een
ander te uitgebreid zijn, b. v. wanneer men van
eenen driehoek zegt, dat dezelve , door regte
lijnen bepaalde, platte vlakteruimte is.
§. 6i. Men kan zich in bepalingen niet te veel
oefenen, om zijn verftand te vormen en de dage-
lijkfche behoefte in het gemeene leven te gemoet
te komen. Goede bepalingen zijn de volgende:
Beweging is de gedurige plaatsverandering
eens ligchaams.
Een werktuig is een middel, om iets op eene
gefehikte wijze te verrigten.
Een regt is de bevoegdheid tot zekere daden.
Pligt is die handeling, waartoe iemand verbon-
den is.
Openhartigheid is de gewoonte , om alles^
mt men denkt, te zeggen.