Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
498
HANDLEIDING tot den
kan zelfs in zulk een geval den regters met deze of
dergelijke woorden aanfpreken: „wie onder u
„durft zeggen, dat, wanneer hij door deze
„zelfde onhandigheden als ik voortgefleept wa-
„re, hij niet een even zoo groot, ja nog groo-
„ter misdadiger zoude geworden zijn. " Door
zulk eenen uitroep kan hij hen daarover doen fid-
deren, dat het alleen aan het hun gunftige toe-
val toe te fchrijven is, dat zij de regters des
befchuldigden zijn, en deze niet de hunne is.
Hij kan in de diepten der wijsbegeerte en ziel-
kunde doordringen, en uit dezelve dc eerfte be-
weegredenen opdelven tot befluit, en wat hetzel-
ve niet is, tot hetgene vatbaar of niet vatbaar
voor toerekening maakt. Hij kan zeer vrij met
de zedelijke en burgerlijke waarde zijner aan-
klagers en beschuldigers omgaan, om hunne ge-
loofwaardigheid te vernietigen of ten minfte te
verzwakken. Hij kan alle raderen in beweging
brengen, om het medelijden der regters met den
ongelukkigen op eene waardige wijze op te wek-
ken.
S 926. Een gezuiverde fmaak en juist oor-
deel zal Overigens den verdediger leeren, welke
taal hij naar de onderfcheidene gevallen te voeren
hebbe; of de geringheid der zaak hem gebiedt
binnen de grenzen des lageren ftijls te blijven,
of dat het gewigt der zaak, het algemeen belang
Éi