Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
NEDERLANDSCHEN STIJL. 497 '
daardoor, dat hij in de plaats van den ftaac
zei ven treedt, en door dezen tot dienaar der
geregtigheid, ter bescherming der aangeklaagden
tegen willekeur en onderdrukking, geroepen is.
§ 925. Wanneer de verdediger de regten van
een mensch moet doen gelden, wien de ftaat van
zijn maatschappelijk en dikwijls tevens van zijn
natuurlijk aanwezen berooven wil, zoo veroor-
looft reeds de aard van zulk eene verdediging eene
gevoeliger' en aandoenlijker' voordragt, dan waar
het bloot het weinigje mijn en dijn in de bur-
gerlijke regtspleging geldt. De verdediger kan
zelfs den ftaat als medefchuldigen aanklagen,
wanneer dezelve niet voor middelen zorgt, om
elke tot den arbeid gewillige hand werk te ver-
fchalFen, om eiken onderdaan, die door ramp-
fpoedcn, bijzonder door algemeene landplagen,
waaraan de ftaat zelf fchuld heeft, in verarming
en daardoor in eene hem te magtige verzoeking
geraakt is, ten minfte eenen nnderftand te bezor-
gen. Hij kan zelfs het noodlot aanklagen, wan-
neer dit hem in zulk eene van hem geheel niet
afliankelijke aaneenfchakeling van ongelukkige ui-
terlijke omftandigheden en betrekkingen plaatfte,
dat hij, als met een onweerftaanbaar geweld, altijd
meer en meer van den weg der zedelijkheid en
deugd verwijderd, en eindelijk aan den afgrond
gevoerd werd, in welken hij dan dikwijls weder
meer ingeftooten werd dan zelf afdaalde. Hij
I i
J