Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
NEDERLANDSCHEN STIJL. 495
afpcrfcn. Men eindige dan, zonder eenige om-
flandiglieden, en late aan den regter de vereeniging
der fiotuitkomflcn (refultaten) over, welke hij
ter beflisfuig der zaak noodig heeft.
§ 921. Daarentegen vordurt het beleid, in uit-
voerige deductien, bij welke niet veronderfteld
kan worden, dat de ganfclic loop der denkbeel-
den en alle bewijsgronden (volkomen) opgemerkt
zijn, dat men aan het flot de hoofdfom van al het
voorgedragene nog eens nadrukkelijk herhale,
§ 922. Wanneer overal waar mededeeling ver-
eischt wordt, de kunst van eene fierlijke
voordragt van gewigtig-jn invloed is, zoo
ftreve men ook in het geregtelijke beroepsleven,
bijzonder in deductien cn defenfien naar derzelver
prijs. De fchoone voordragt moet echter van
eenen bedaarden en gematigden aard zijn;
dewijl zij een middel ter bevordering van de over-
tuiging des verftands zijn moet, en daarmede
niets meer ftrijdt dan hevigheid en onftuimigheid.
De hartstogten moeten derhalve niet voorthollen j
maar juist in toom gehouden worden. Dan be-
daard cn gematigd is nog niet koud en
kleumsch, en der hartstogten heer en meester
tc Zijn beftaat niet daarin, dat men er in 't ge-
heel geene hebbe. Wat werkelijk fchoon bij
de voorftelling zijn, cn ais zoodanig ook op an-
deren werken zal, moet nigt alleen gedacht,
maar ook gevoeld worden, l-let beste mid-