Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
48o handleiding tot den
rdiillcnde wegen van behandeling. De
verdediger toont nameiïik den weg, dien hij ne-
men wil, in het geheel niet; hij brengt alleen
gronden aan, die op een doel in eene reeks van
gevolgtrekkingen berekend zijr,. PRj begint met
algemeene ftdlingcn, wendt zich nu eens tot de
ondervinding, dan weder tot het menfchelijk ge-
vod, fchakelt aan deze waarheden terllond eene
andere ftelling, welke hem zi.;n doel altijd nader
brengt; gaar langzamerhand tot het onderhavige
geval over, en trekt ten befluite, terwijl hij de
algemeene waarheden met de enkele daadzaken
vergelijkt, de noodige gevolgtrekkingen overeen-
komftig de wetten. — Of hij ftelt het te bewijzene
naakt voor, verklaart vooraf, hoe hij bewijzen
wil, en werkt bedaard elk der te bewijzen ftel-
lingen uit. De eerfte weg is wel de moeijdijk-
fte, en doet bij de mondelinge voordragt de mees-
te werking; de laatfte is voornamelijk bij inge-
wikkelde regtszaken aan te prijzen.
§ 920. Over de wijze, op welke het flot
eener deductie gemaakt zal worden, kan men niet
wel btizondere regelen opgeven; dewijl alles op
het doel aankomt, hetwelk dc verdediger zoekt
te bereiken. Staat de geheele voordragt in een
helder licht, cn kan men op goedkeuring reke-
nen, zoo is aan het flot dcrzelve de herhaling der
hoofdzaken overtollig; dewijl men daardoor den
regter eenigermate de overtuiging fchijnt te willen