Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
512 HANDLEIDING tot den
bedient. Bij de laatfte handelwijze moet men
zich voor het gebrek wachten van te gelooven,
dat men zijne partij niets moet toegeven, waar-
omtrent hierboven (§ 125, 126 en 127) het noo-
dige gezegd is. Nog veel minder moet men de
gronden zijner tegenpartij verdraaijen; daar zulks
den regter natuurlijk met wantrouwen vervult
(zie § 125).
S 916. Somtijds kunnen er gevallen zijn, waar-
in het raadzamer is, den eenen of anderen grond
der partij onaangeroerd te laten (zie § 128);
waarbij echter de eigene gronden en die van partij
naauwkeurig dienen gewogen te worden, en flaat
de fchaal dan evenwel nog voor den verdediger
over, zoo kan hij zich die uitzondering op den
regel veroorloven. Dit kan echter altijd alleen
op zulk^ eene wijze geschieden, dat men of bij
hem loffelijke beweegredenen veronderftellen moet,
of dat ten minfte twijfelachtig blijft, of niet, wan-
neer hij zich over het overgeflagene had uitgela-
ten, hij in ftaat zou geweest zijn hetzelve te be-
ftri,iden. Elk verdediger moer echter op zich
zeiven ten uiterfte opmerkzaam zijn ; want men
kan namelijk van de waarheid eener ftelling vol-
komen overtuigd zijn, en gelooven, dat men de-
zelve uit het juiste gezigtpunt befchouwd en dui-
delijk en bepaald uitgedrukt hebbe. Echter blijft
dwaling en misvatting altijd mogelijk, die of uit
eene te groote liefde voor het onderwerp , of uit