Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
490 HANDLEIDING tot den
keling of verdediging zoo veel moet laten vooraf-
gaan, als noodig is, om het diepe indringen te-
gen te gaan, en den regter te bewegen, om zijn
oordeel nog op te fchorten en de hoofdvoorftel-
ling af te wachten, in zoo ver men niet gezind
ware dezelve terftond voor te dragen.
§ 912. De hoogfte kunst bij de voordragt der
daadzaken is het verhaal (narratio), hetwelk
uit de zaak zelve voortvloeit, zoo voor te ftel-
len , dat het tevens als het eenig ware, of ten
minfte boven alle andere, als het waarfchijn-
lijkfte voorkomt. Dit is een moeijelijk werk,
en vordert eene groote mate van menschenkennis
en inzage in de verfchillende drijfveren der men-
fchelijke handelingen en begrippen, om te we-
ten , waardoor de menfchen in hun oordeel om-
trent de waarfchijnlijkheid van en de beweegrede-
nen tot eenige daadzaak zich laten leiden.
§913. Verder komt de k ar ak t e r fc hi 1de-
ring en dc reeds vermelde kunst, om den regter
voor den perfoon en de zaak welwillendheid in te
boezemen, in aanmerking, waaromtrent wij ver-
wijzen naar het tevoren (§ 129) hierover aange-
merkte. Zijn de daadzaken in dc gevorderde bij-
zonderheden op het zorgvuldigfte onderzocht,
derzelver waarheid of valschheid aangetoond, en,
hetgeen ,de hoofdzaak is, derzelver verhou-
ding tot de wetten en alzoo tot de
^beflisfing der zaak, zoo bewerkt, dat het