Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
508 HANDLEIDING tot den
noodzakelijk zijn; ten einde den vooringenomenen
rot een bedaard onderzoek der voordragr voor te
bereiden, en door eenige losfe trekken aan te too-
nen , dat men het eerlijk met de zaak meent.
§909. Bij bijzondere deductien, voor-
namelijk in regtsgedingen, vindt zulk eene inlei-
ding flechts in zoo ver plaats, als het bij het ge-
regt gewoonte is, in het begin van het opfliel tc
toonen, welk onderwerp daarin behandeld wordt,
en dat men de geregtelijke gebruikelijkheden in
achtgenomen hebbc. Ook bij fchriften van
defenfie kan eene korte inleiding vooruitgezon-
den worden.
§ 910. Hieruit fpruit van zelf voort, dat de
inleiding of vau de zaak zelve, of van eene
bijomftandigheid ontleend kan worden. In
het eerfte geval is de zaak onder een algemeen ge-
zigtpunt te brengen, dat gefchikt is, op eene
regtmatig geoorloofde w,'ijze voor de voordragt be-
lang in te boezemen. In het tweede geval poogt
hij, die de zaak voordraagt, nu zijn eigen per-
foon, dan dien zijns befchermelings of zijns tegen-
flanders of ,des regters, dan weder omftandighe-
den van tijd en plaats ten nutte te maken, om
voor zijne voordragt belang te verwekken. Deze
laatfte foort van inleidingen is gewoonlijk veel na-
tutu-lijker cn gepaster dan dc eerfte. Het beste
jiiiddel om eene gepaste inleiding te vinden is,
dat men, ten volle bekend met alles wat het