Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
NEDERLANDSCHEN STIJL. 487 '
lict op het redden van eenen onfchuldig aange-
klaagden, of op het afwenden van eene zware
ftraf aankomt; in het algemeen in die gevallen,
waar gewigtige belangen, het geluk of welzijn
van enkele of meerdere op het fpel ftaan, waar
het er op aankomt, om den weg tot het hart des
lezers of hoorders te vinden. Tot dit laatfte nu
moeten wij door overtuiging van het verftand ge-
raken; want overtuigen wij niet door gronden,
zoo zullen wij, al is onze voordrage ook nog zoo
fchoon, niets vorderen, aangezien men aan de
regters koele onderzoekers heeft, die niet, voor
dat zij door goede redeneerkundige gronden vol-
komen overtuigd zijn, zich aan de aangename in-
drukken eener fierlijke voordragt overgeven.
§ 908. Eene zoogenaamde inleiding, waar-
in de oorzaken opgegeven worden, welke tot de
regtsverdediging aanleiding gegeven hebben, en
waarbij men zich moeite geeft, om den regter
voor zich en zijne zaak te winnen, is flechts in
eenige zeldzame gevallen, en onder zekere bepalin-
gen bij groote ftaatsfchriften noodzakelijk. Ee-
ne zaak kan door toeval, of anderzins in het
openbaar eenig opzien gebaard hebben, en op me- ,
nigerlei wijze misvormd zijn geworden. In zulke
en dergelijke omftandigheden kan eene inleiding,
als eene van het opftel zelfs onafliankelijke voor-
rede , ftrekkende om een gevoelen, hetwelk van
het algemeene afwijkt, te beweren, volftrekt
H h 4