Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
NEDeRLAnDSCHEN STIJL. 477 '
zelve toone men bepaa'd aan , waarin de hulp ei-
genlijk beftaan moete, wanneer dezelve als zoo-
danig behoort aangezien te worden; want eene te
zedige bcfcheidcnheid kan dikwijls juist het te-
gendeel voortbrengen van hetgene men bedoelt;
terwijl alle w ij d 1 o o p i g h e i d, die nergens on-
gepaster dan in verzoekfchriften is, volftrekt ver-
meden moet worden.
§ 897. Of het verzoek eene bijzondere inlei-
ding behoort te hebben , hangt van het voorte-
dragene af. In de meeste' gevallen, en wanneer er
niet reeds iets voorafgegaan is, kan dezelve geheel
weg blijven, cn terftond met het verhaal der hoofd-
zaak zelve begonnen worden.
§ 898. Het verhaal moet alleen zulke daad-
zaken en die hoofdomftandigheden bevatten, waar-
uit zich de bevoegdheid tot het verzoek van zelve
doet kennen. Bijomftandigheden, welke voor den
verzoeker alleen een bijzonder belang hebben , maar
geene ophelderingen of gronden van de hoofdzaak
bevatten, behooren in het verhaal niet opgenomen
te worden.
§ 899. De vervaardiger eens verzoek moet de
redenen, waaromMiij iets verzoekt, kortelijk op-
geven , dat alles, wat hij als grond voor zijn
verzoek aan te voeren heeft, mede in het verhaal
der omftandigheden inweven, maar zoo
befcheiden, dat het niet het aanzien heeft, als
wilde men iets afperfen, of den wil van den meer-