Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
NEDkRL AxDSCHEN STIJL. 475
regterlijkc vvaarfchgnlijkhcid varliezendc partij, of
voor den als misdadiger aangeklaagden cn fchul-
dig bevondencn nog eene; beproeving te wagen,
voor de eerfte om het winnen der zaak, voor den
laatflen om het verwerven van vrijfpraak, ver-
zachting of genade. Al ftaat hem hier ook geen
ander middel ten dienfte, dan eene künftige, op
fchijngronden gebouwde voordragt, zoo heeft hij
zijnen pligt vervuld, cn het onpartijdig onder-
zoek der zaak aan den pligt des regtcrs overgela-
ten. Dar door de uitvinding en 't opgeven van
afleidende gronden geene verdichting van
valfche daadzaken verftaan mag worden,
behoeven wij naauwelijks aan te merken.
§ 894. Om een gunftig befluit bij dengenen
voort te brengen, die de voordragt ontvangt, is
er nog een ander algemeen hulpmiddel,
waardoor dikwijls meer dan door de innerlijke
waarde der gronden zelvcn kan bewerkt wor-
den, namelijk: de kunst om de zaak zelve den
lezer zoo aantrekkelijk als mogelijk te maken.
Hiertoe behooren in het bijzonder zulke zaken,
tegen welke men vooringenomen is, en
die daarom met tegenzin aangehoord worden;
verder ook die, welke van geen of flechts weinig
belang zijn, en die men daarom met gecne oplet-
tendheid verwaardigt. Dit gefchiedt door het be-
langrijkfte der zaak te doen uitkomen, en het
perfoonlijke van liem, aan wien racn de voorflel-