Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
NEDkRL AxDSCHEN STIJL. 473
lieiJ en nietigheid ieder anderen, zoo wel als hem,
moet in het oog vallen.
5 889. Maar de zaak moet eenzijdig voor-
gefteld worden, dat is, de voordrager mag flechts
dan zich inlaten, om de gronden voor en tegen af
te wegen , wanneer hij genoegzaam zeker is, dat
het gewigt de fchaal naar zijnen kant doet over-
llaan. Alsdan kan hij het gerust aan den regter
uverlaten, de gronden aan weerszijde te onder-
zoeken; want hierbij waagt hij niets. In tegen-
deel wint Ifij, hoe klaarder en aanfchouwelijker
voor dc bedaarde overtuiging hij het overwigt zij-
ner gronden tracht te maken. Is de voordrager
echter zelf onzeker, of niet de tegenwerpingen
den voorrang verdienen, hoewel pligt of belang
hem tot de flerkfle verdediging opeifchen, zoo is
de vraag, of de gronden ter beflisfing van flielli-
ge wetten, of van vrije wijsgeerige inzigten hun-
nen oorfprong ontleencn, of wel dat de uitfpraak
alken van de ftem des bcflisfcrs afliangt.
§ 890. Moeijelyk is in het eerflie , veel gemak-
kelijker in het laatfte, eene twijfelachtige, neteli-
ge zaak voordeelig voor te ftellen. De menigvul-
digheid van gevoelens en inzigten onder dc men-
fchen, over hetgene algemeen regt, waar en
goed, wijs en voordeelig is, en de verfcheidenheid
van denkwijze maken het mogelijk, zelfs eene
ftelling, voor welker waarheid en regtmatigheid,
«aar algemeene grondftellingen geoordeeld, flechts
G S 5