Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
472 HANDLEIDING tot den
S 888. De kun« der zamenftelling in deze
ftukken beftaat daarin, dat men de gronden voor
de zaak zoo aan de gronden tegen dezelve weet
over te ftellen, dat de eerfte het overwigt over de
laatfte behouden. De man van zaken komt zeer
dikwijls in de noodzakelijkheid, om zaken te ver-
dedigen, van welke hij zich zeiven moet beken-
nen, dat de gronden voor door de gronden te-
gen eene zaak overtroffen worden. Hoe meer
het gewigt van beide gronden aan elkander gelijk
is, of naar de zijde van de tegengronden overhelt,
hoe minder de ftcller van eene voordragt zich
vleijen kan, dat de tegengronden een geheim
voor anderen en voornamelijk voor hem blijven
zullen, aan wien de voorftelling gerigt is. Hij
moet veeleer veronderftellen, dat hij, die over
de zaak beflisfen moet, de tegenwerpingen of
reeds kent en overziet, of dezelve opzoeken en
met de gronden voor de zaak vergelijken zal.
Daarom moet eene voorftelling, zal zij niet mis-
lukken, in geenen deele eenzijdig gedacht
worden, d. i. de fteller moet bij het uitwerken
van dezelve niet alleen de gronden opzoeken,
welke voor zijne zaak fpreken, hij moet ook over-
leggen , welke tegenwerpingen er voorhanden
zijn; derzelver fterkte nagaan en of het wegens
derzelver gewigt noodig is, dezelve elk in het
bijzonder te weerleggen, of dat hij dezelve onaan-
geroerd kan laten, wel verzekerd, dat hare zwak-